Nederlandse Cider van Welsums Goed

De grondstof voor de Nederlandse Cider van Welsums Goed bestaat uit appels en peren die merendeels van hoogstamfruitboomgaarden in de IJsselvallei afkomstig zijn. Het fruit is geperst en gepasteuriseerd door de Welsumse sapmobiel. Het fruitsap is geënt met wilde gisten die van nature op het fruit aanwezig zijn. Deze appels en peren zijn niet te vergelijken met de cider appels en peren uit Normandië, net als de bodems waarop de bomen groeien. De cider van Welsums Goed is dan ook een cider van Nederlandse appel- en perenrassen van de IJsselvallei bodem.

Het proces om van appelsap tot cider te komen verschilt ook van de Franse manier van cider maken. De Franse methode laat een deel van de suikers vergisten en gaat tot bottelen over bij het gewenste suikerpercentage. Welsums Goed laat de vergisting helemaal doorlopen tot alle suikers zijn vergist. Bij het bottelen wordt opnieuw suiker toegevoegd waardoor hergisting op de fles plaats vindt. Het gevolg daarvan is dat de cider van Welsums Goed altijd een “droge” (brut) cider is en dat het alcohol gehalte hoog is (ca. 7 %). Onder in de fles slaat een beetje gist neer, zoals bij Belgische bieren.

De smaak van Nederlandse appels en Franse ciderappels is erg verschillend en een Nederlandse cidertraditie bestaat niet. Daarom is het zoeken naar nieuwe receptuur voor een Nederlandse cider. In Frankrijk is het “vloeken in de kerk” om appels en peren te mengen in een cider. Welsums Goed gaat het experiment aan en mengt appels en peren om een smakelijke Nederlandse cider te ontwikkelen. Hieronder de beschrijving van vier types cider uit de oogst van 2013.

Niet alleen de fruitrassen en het bereidingsproces beïnvloeden de smaak van de cider, ook het Nederlandse klimaat speelt een rol. Geen voorjaar/zomer is hetzelfde. Met een zelfde recept verschilt de cider van jaar tot jaar in smaak. Een verschijnsel dat bekend is van de druiven en wijnen.